Shopping Cart
×
0

Echte Utrechtse spritsen

Echte Utrechtse spritsen
Zet de ingrediënten in mijn win kelmandje Utrechtse Spritsen – Bakken met Niels

Utrechtse Spritsen

Het verhaal

De Utrechtse sprits is een koekje met een duidelijke mening. Geen zacht spuitkoekje, geen cakeachtig compromis, maar een sprits met karakter: boterig, stevig en met een heldere krak. Zo hoort het.

Hoewel spritsen al sinds de 16e eeuw in de Nederlanden worden gebakken, kreeg juist de Utrechtse variant aan het einde van de 19e eeuw zijn eigen gezicht. In 1888 bracht de Utrechtse bakker Pieter Bergman inspiratie mee uit Duitsland, waar hij kennis had gemaakt met Spritzgebäck.

Terug in Utrecht werd het recept aangescherpt: meer boter, iets meer bloem en een stevig deeg dat door een zware metalen spuit werd geperst. Dat zorgde voor de kenmerkende ribbels en voor een lange koekstaaf die na het bakken werd gebroken — niet gesneden.

De schuine chocoladedip is geen versiering, maar een doordachte afwerking. Door de sprits schuin in chocolade te dopen, blijft het ribbelpatroon zichtbaar, neemt de chocolade niet de overhand en breekt de sprits niet tijdens het dippen. Elke hap begint met koek en eindigt met chocolade — precies in balans.

Weetje – waarom er geen ei in zit

In een echte Utrechtse sprits hoort geen ei. Ei maakt deeg elastisch en zachter, waardoor een koek richting cake gaat. De Utrechtse sprits moet juist kort, stevig en bros zijn. Door alleen boter en bloem te gebruiken, blijft het deeg strak spuitbaar en krijg je die kenmerkende breuk.

Ingrediënten & technische werkwijze

Ingrediënten

  • 250 g Bakken met Niels Zeeuwse Bloem
  • 200 g roomboter (op kamertemperatuur)
  • 100 g fijne kristalsuiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 1 theelepel Bakken met Niels Citroenrasp
  • Snufje zout
  • 150–200 g pure chocolade (54–60%)

Technische bereiding

  1. Oven voorverwarmen op 170 °C.
  2. Boter, suiker en vanille luchtig kloppen.
  3. Bakken met Niels Citroenrasp en zout toevoegen.
  4. Bakken met Niels Zeeuwse Bloem kort erdoor mengen.
  5. Deeg spuiten met kartelmond.
  6. 18–22 min bakken.
  7. Warm breken, volledig laten afkoelen.
  8. Chocolade au bain‑marie smelten.
  9. Spritsen schuin dippen.

Uitgebreide werkwijze

Verwarm de oven voor op 170 °C (boven‑ en onderwarmte) en bekleed een bakplaat met bakpapier. Zorg dat de roomboter goed zacht is — dit maakt het deeg straks soepel en goed spuitbaar.

Klop de boter samen met de kristalsuiker en vanillesuiker enkele minuten tot een licht en romig mengsel. Het mengsel wordt iets bleker; dat is precies goed.

Meng nu de Bakken met Niels Citroenrasp en het zout door het botermengsel. De citroen houdt de rijke botersmaak fris en in balans, zonder dat de sprits zuur wordt.

Voeg daarna de Bakken met Niels Zeeuwse Bloem toe en meng dit kort door. Stop zodra het deeg samenkomt. Het moet stevig zijn, maar zonder moeite door de spuitzak kunnen.

Doe het deeg in een spuitzak met een grove kartelmond en spuit lange banen op de bakplaat. Laat ruimte tussen de banen; tijdens het bakken lopen ze iets uit.

Bak de spritsen 18 tot 22 minuten tot de randen goudbruin zijn. Laat ze één tot twee minuten liggen en breek of snijd ze daarna in stukken terwijl ze nog warm zijn. Laat volledig afkoelen op een rooster.

Hak de chocolade grof en smelt deze au bain‑marie. Doop de afgekoelde spritsen schuin in de chocolade, laat even uitlekken en laat uitharden op bakpapier.

Weetje – chocolade niet in de koelkast

Laat chocolade altijd uitharden op kamertemperatuur. In de koelkast koelt chocolade te snel, waardoor hij dof kan worden of witte waas krijgt. Rust geeft glans — en een Utrechtse sprits verdient dat.

Tip van de bakker:
Kies liever een iets bittere pure chocolade. Die vormt een perfect tegenwicht voor de boter en de frisse citroenrasp.